Gesprek met mijn moeder (5)

Vervolg van het gesprek met mijn moeder.
Het vorige gesprek met mijn moeder eindigde vrij abrupt, zij raakte te vermoeid.
Zij schetste een beeld van het begin van haar huwelijk, de onderlinge taakverdeling en haar omgang met mijn vader. Ik wil dit gesprek graag voortzetten en zoek contact met haar.
Hallo Ma, wil je met me verder praten? Beste jongen, hier ben ik. Het onderwerp dat je koos voor de gesprekken met mij boeien me. Ik herinner me je vraag over mijn huwelijk met Pa, hoe wij woonden en hoe we gekleed waren.

Onze kledingstijl.
Ik herinner mij dat wij weinig frivool, zelfs een tikkeltje saai gekleed waren. We wilden wel anders maar we konden dat niet betalen. Dat kwam door het lage inkomen van Pa. Ik had geen inkomen en was, zoals gebruikelijk in die tijd, huisvrouw. Nieuwe kleren voor het gezin werden pas na lang sparen aangeschaft en daarna nog jarenlang gedragen. Zo nodig werden de kleren meerdere malen door mij gerepareerd. Het vergde veel creativiteit van je vader en mij om het hoofd boven water te houden.
Die situatie werd in de loop van de jaren gelukkig beter omdat Pa kans zag om in het bedrijf waar hij werkte carriere te maken. Van winkelbediende tot adjunct-directeur.

Ik herinner mij hoe gepikeerd je soms was over je kleding, waarmee je je nauwelijks bij je vriendenkring durfde te vertonen. Vooral als je de kleren en schoenen van je oudere broer(s) moest afdragen. Maar we konden toen niet anders en geloof me, ik zag geen kans om die situatie te veranderen.

Je zei vaak tegen mij dat je vrienden veel beter gekleed waren. Maar jongen, die vrienden gingen na de ambachtsschool bij een baas werken, in de bouw. Er was werk zat en zij verdienden veel meer dan jij. Je werkte toen als leerling tekenaar, met een schamel loontje.

Toon je iets meer ging verdienen kreeg je zakgeld en kon je mooie kleren aanschaffen. Herinner je nog dat glanzende zijden jack met die grote adelaar op de rug geborduurd? Hij stond prachtig boven je spijkerbroek. Stoer en macho liep je door de stad met je blonde, met Brylcreem versterkte vetkuif. Ik vond het niet mooi jongen, maar jij was er gelukkig mee.

Lieve Ma, ik herinner mij dat. En laten we het lage loontje van mijn eerste baan maar snel vergeten. Probeer eens te omschrijven Ma hoe je je huwelijk en je leven met Pa beleefde.
Beste jongen, we waren vrij burgerlijke maar betrouwbare leden van een samenleving die bezig was om zich te herstellen van de oorlog. Onze "burgerlijkheid" kon je ook aflezen aan ons huis en interieur.

Hoe woonden wij.
We woonden in een bovenwoning in het centrum, vlak bij het station. Een dienstwoning behorende bij de firma waar je vader als  filiaalhouder was aangesteld. Toen voltrok zich een drama. Op de dag van de verhuizing ging die firma falliet. Pa werd van de ene op de andere dag werkloos. Gelukkig mochten we in de dienstwoning blijven wonen. Je was toen zes jaar.

Je vader ging op zoek naar een baan en werd winkelbediende. Een baan beneden zijn niveau maar hij pakte alles aan om ons gezin aan een inkomen te helpen. Zo was je Pa en, ik wil dat gezegd hebben.
Ons huis kon je typeren als een bedrijfsgebouw met bovenwoningen. In een stijl verwant aan de Haagse School. Het gebouw is gesloopt en heeft plaats gemaakt voor een eigentijds kantoorgebouw.

Ons interieur was degelijk te noemen. In onze woonkamer stond een eikenhouten eethoek met zes eiken stoelen. Op de tafel lag een smalle, diagonaal gedrapeerde "Pers". Jaren later vertelde je mij dat die meubels door een Oosterbeekse meubelfabriek waren vervaardigd, genaamd Labor Omnia Vincit (LOV). Dit bedrijf bestond van 1910 tot 1935. Pa wist niet dat de oprichter van deze fabriek betaalbare meubels voor de arbeider maakte. Arbeiders kregen medezeggenschap en konden mede-eigenaar worden, hun vacantiedagen werden voor het eerst in ons land, doorbetaald. Je vader, als een echte socialist (SDAP-er), zou als hij dat wist nog trotser op zijn meubels zijn geweest dan hij al was.
Jij vond onze meubels saai, ouderwets en uit grootmoeders tijd. Daar kijk je nu anders tegen aan. Ik herinner mij dat je in de 90-er jaren een zelfde eethoek en dressoir weer kocht in een plaatselijke kringloop-winkel.

In elke hoek van de kamer stond een eikenhouten fauteuil. De rugleuning kon worden versteld, je vader noemde ze rookstoelen. Jouw en mijn vader rookten daar hun sigaretjes (Opa) en sigaartjes (Pa zijn bolknak). Zij dronken daar ook hun borreltje. Ik zat daar ook wel eens maar meestal met jullie aan de eettafel. Wat te kletsen, te lezen of via de bakelieten Philipsradio naar de muziek te luisteren uit die tijd. De televisie had bij ons nog niet zijn intrede gedaan, dat kwam vele jaren later pas.

Aan de wand stond een eiken dressoir, aan de andere wand een tafeltje met de slinger-gramofoon. Daarnaast lagen de gramofoonplaten. Ik hield van de populaire muziek uit de jaren vijftig en zestig en kon zowat alles meezingen weet je nog? Jij vond het prachtig dat ik ook van jouw muziek hield. Een deel van ons gezinsleven speelde zich af rondom de radio.
Je vader had een andere muzikale smaak, hij hield van artiesten, sopranen en tenoren uit die tijd. Ik herinner mij Mario Lanza en onder andere Vera Lynn. Jij was een echte rocker om het zomaar te zeggen. Dat klopt Ma, maar mijn muzikale belangstelling omvatte meer rock- en popstromingen.

Beste jongen, ik wil nu graag stoppen. Voor vandaag is het welletjes geweest. We gaan de volgende keer verder, oke? Goed Ma, pak je rust en tot de volgende keer.
Wordt vervolgd.

Over baruman

belangstelling voor architectuur, stedenbouw, beeldende kunst, verhalen en moderne (pop) muziek
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2010-03. Bookmark de permalink .

2 reacties op Gesprek met mijn moeder (5)

  1. blogpieper zegt:

    @Theo, bedankt. Ik reageer wel, alleen selectief. Waarom woorden als ‘weerzin’ en ‘gebrek aan wederkerige interesse’. U kent mij niet.

  2. Theo zegt:

    Ik vond je serie heel lezenswaardig, maar zie je verder bij niemand reageren.
    Dan krijg ik weerzin, vanwege het gebrek aan wederkerige interesse.
    Jammer.

Reacties zijn gesloten.