gesprek met mijn vader in de hemel (2)

Gesprek met mijn vader in de hemel.


Ik klop op de poort van zijn hemel, wordt binnen gelaten, mijn ogen zoeken hem.
Hallo Pa, ben je er nog? Wakker worden! Ga eens rechtop zitten.
Zijn oude  Amsterdamse School stoel kraakt, hij richt zich op.
Hij oogt wat vermoeid, zijn nog resterende grijze haar zit slordig.

Dat was vroeger ondenkbaar denk ik, zijn haar was altijd keurig gekapt,
opgeschoren als bij een marinier, de strakke, kaarsrechte scheiding links.
Zijn overige haardos schuin achterover, meer naar rechts gekamd.
Een knappe vent toen, die vader van me, met zijn rechte houding, zijn open blik.
De houding van een sportman, gewichtsheffen en turnen had daarmee te maken.
Ook ik moest, net als hij, veel aan sport doen, dat vond hij belangrijk.
Ook voor mijn ontwikkeling, recht op, je schouders naar achteren jongen, zei hij vaak.

Mijn gedachten dwalen onwillekeurig af naar de dag waarop hij stierf.
Longkanker was de oorzaak, een lijdensweg ging aan zijn overlijden vooraf.
Zware opgave voor Ma, zij verzorgde hem intensief tot het niet meer kon.

Ik was bij hem, op de dag dat hij stierf, praten kon hij niet meer,
woordeloos namen we in het ziekenhuis afscheid van elkaar.
Van de eens zo knappe man was toen nog maar weinig over,
klein en breekbaar geworden lag hij daar, keken we elkaar aan.
Keek hij haast terloops naar mijn vrouw en kinderen, vooral naar mij.
We spraken geen woord, maar we begrepen de tragiek van dat moment maar al te goed.
Ik vond geen passende woorden maar we begrepen elkaar ook zonder dat.

Ik zie aan Pa dat ik afdwaal, zie dat aan zijn omhoog getrokken wenkbrauwen.
Zijn handen grijpen de armeuningen van zijn eiken stoel,
hij buigt zich naar mij toe, kijkt me indringend aan.
‘Jongen, waar zit je met je gedachten, ik heb je heus wel horen aankomen’.
‘Ik heb vandaag nog eens nagedacht over ons eerste gesprek’.
Stelde inhoudelijk nog niet zo veel voor.
Ik hoorde van mijn "schaduw" op jouw planeet dat je onze gesprekken op een weblog zet.
Begrijp ik niet, maar wat dat ook is, let je een beetje op wat je over ons gesprek schrijft?

Doe ik Pa, een blog is van mijn tijd, kan verschillende vormen en achtergronden hebben,
iedere blogger kiest zijn of haar eigen uitgangspunten, drijfveren.
Vogels van diverse pluimage zou je vroeger zeggen.
Mijn blog gebruik ik voor bijvoorbeeld een (zee-)reisverhaal,
voor kwesties die mij op enig moment bezig houden, een bepaald voorval.
Of als een reactie op een gebeurtenis die mij persoonlijk erg raakt.
Intermenselijke situaties, soms gaat het over de politieke situatie in mijn land.
Op dit moment gebruik ik mijn blog om onze gesprekken op te schrijven.

Maar terug naar deze ontmoeting Pa, wat vind je er eigenlijk van,
ik bedoel dat we verder gaan met praten, jij daar, ik hier.
Vind ik goed jongen, vroeger kwam daar inderdaad weinig van, besef ik nu.
Goed van je, ik bedoel dat je de schade nu willen inhalen.
Zal wel met je leeftijd te maken hebben, of niet soms?
Ben je wel gelukkig?

En die klappen voor je kop, onder je kont mijn jongen, daar heb ik spijt van.
Het kwam eigenlijk door je moeder, zij bracht mij soms in die positie.
Niet om jou te raken, zij moest gewoon haar dagelijkse soris soms aan mij kwijt.
Ze runde in haar eentje ons grote gezin, tien personen, weet je nog?

Hallo Pa, daar was je zelf bij! Lekker makkelijk om Ma daarvan de schuld te geven.
Ik wil je nu wel zeggen dat ik er toen echt van baalde.
Natuurlijk, achteraf gezien had ik straf verdiend, maar die klappen sloegen nergens op.
En dat je me, onderweg naar mijn kamer nog klappen na gaf, vond ik onterecht.
Vanaf dat moment nam ik mij voor om dat nooit zo met mijn kinderen te doen.
Leerde ik toch van je, ook al sprak je niet.

Goed Pa, zand erover, even serieus, we zouden gaan praten weet je nog.
Je hebt gelijk jongen, maar dat valt voor mij niet mee.
Toen niet omdat ik die vaardigheid niet had, nu niet om een andere reden.
Ik zwijg hier namelijk al zo’n 30 jaar en wil die mooie, serene stilte niet verstoren.
Daar komt een aspect bij.
In mijn hemel spreken we niet, is niet nodig, we kijken elkaar aan en weten.
Je begrijpt vast wel wat ik bedoel,
op de dag van mijn overgang spraken we ook niet maar we begrepen elkaar.

Voor jou maak ik echter een uitzondering, ik weet dat je een gesprek belangrijk vindt.
Bovendien kan ik niet van je verlangen dat je onvoorbereid mijn "taal" spreekt.
Waarom ik vroeger nauwelijks met je sprak jongen, kwam door mijn drukke werk.
Oke Pa, maar in je kruidenierswinkel sprak je wel de hele dag met je klanten.
Sprak je ook regelmatig met je "medewerkster", mijn lieve zusje.
Je praatte wat af in onze winkel en je verrichte tegelijk je werk,
je woog je waar af, pakte het vakkundig in, regelde zonder rekenmachine de betaling.

Van jou Pa, leerde ik de kunst van tegelijk kunnen werken en praten,
"Praten en Breien" noemde je die vaardigheid vaak.
Maar waarom nam je niet de moeite om ook zo met mij te praten.
Ik was toch, net als mijn zusje, ook een van je medewerkers?
Oke, mijn werk speelde zich voornamelijk af buiten de winkel, maar toch.

‘Beste jongen, zoonlief, praten zoals jij bedoeld heb ik nooit geleerd’.
Dat heeft denk ik met mijn achtergrond te maken, mijn klote-achtergrond,
Ma heeft je toch verteld dat ik op mijn tiende jaar, vlak voor de eerste wereld oorlog,
door mijn ouders op straat werd gezet.
Ik werd bij mijn Opa en Oma gedropt, daar moest ik voor mijzelf zorgen, werken.
Mijn bescheiden loontje moest ik aan hen afdragen, voor eten, kleding en dergelijke.
Op mijn tiende jaar jongen, een kindertijd heb ik dus niet gekend, verdomme.

Dat begrijp ik best Pa.
Een redelijk excuus, maar als geen ander heb je, mede daardoor, leren werken en praten.
Op je 18e werd je immers al winkelchef in een kruidenierszaak?
Praten was voor jou toch een belangrijke overlevingsstrategie in die fase van je leven.
Waarom heb je dan niet die (jouw) ervaringen met mij, met je kinderen gedeeld.
Daar hadden we (ik) veel van kunnen leren.

‘Maar wat wilde je dan weten jongen, wat wil je nu echt van mij horen’.
Kom op Pa, denk even met me mee, ik wil weten wie je was, hoe je in het leven stond.
Je hebt notabene twee wereldoorlogen en wederopbouwen overleefd.
Hoe vond en beleefde je dat, maar ook hoe was je eerste huwelijk,
wat deed je na het overlijden van je eerste vrouw, hoe en waar ontmoette je Ma.
Hoe reageerden je kinderen , mijn broers en zus op het overlijden van hun moeder.
En in het verlengde daarvan:
wat vonden zij van je tweede huwelijk, van hun stiefmoeder, mijn moeder.
Dat moet voor hen, maar ook voor jou toch een ingrijpende gebeurtenis zijn geweest?

Wat vond je van je tweede huwelijksleven gedurende de laatste oorlog.
Hoe reilde en zeilde het gezinsleven tijdens die oorlogsjaren,
hoe was je houding, wat deed je tijdens die oorlog.
Maar ook: kan je beschrijven Pa hoe ik die oorlog beleefde, als kind,
ik heb die klote-oorlog toch ook van het begin tot het einde meegemaakt.
Ook al herinner ik me nog maar weinig van die tijd,
op de ervaringen tijdens de hongerwinter en het feest van de bevrijding na.

Maar praten Pa, ho maar, steeds weer dat zwijgen.
Ook Opa, die met dat lange nummer in zijn onderarm, zweeg over die oorlog.
Zwijgen werd door jou en hem haast tot een hoger doel verheven.
Jaren later vertelde Opa dat je tijdens de oorlog koerierswerk verrichtte voor het verzet.
Jouw werk, als landelijk controleur voor een levensmiddelenbedrijf,
bleek volgens Opa een goede dekmantel te zijn geweest voor de vijand.
En geloof me Pa, ik bewonder je voor die rol in de oorlog, ik ben trots op je.
Maar je had verdomme bij die taak omgebracht kunnen worden Pa!
Met alle gevolgen voor je gezin, voor mij van dien.
Het neemt overigens niet weg dat ik trots op je ben.

Hoe Opa aan het nummer in zijn onderarm kwam vertelde hij me nooit ,verdomme.
Jij ook niet Pa, daar zal je je reden wel voor hebben gehad.
Maar eigenlijk wil ik het helemaal niet over die verdomde oorlog hebben.
Kort gezegd, ik wil met je praten Pa,
je hebt nu alle tijd van de wereld, van jouw dierbare hemel, gebruik die dan.

Ik wil gewoon praten met je, over van alles, over je vroegere klanten,
je eerste gezin, het huwelijk met Ma, over ons, over mij.
Wat vond je van mijn ontwikkeling, van kind naar de man die ik nu ben.
Ik wil gewoon praten Pa, mijn part ook over koetjes en kalfjes,
of over mijn vakken en prestaties op school, mijn eerste baan.
Of over wat ik in mijn pubertijd toch zo aantrekkelijk van de straat vond,
wat ik daar met mijn vrienden beleefde, ik zwierf toch altijd op straat Pa.

Je noemde me daarom eens, in een boze bui, een "straathond".
Waarschijnlijk terecht, dat was ik, maar je kwetste me daar mee.
Maar probeer je ook eens te verplaatsen in mijn situatie destijds.
Wat ik van jou niet mee kreeg Pa, dat leerde ik vaak op straat,
de straat was in die zin vaak mijn harde leerschool.
Ik verbleef in wat men destijds "achterbuurten" noemde,
een ruwe samenleving, heftig, met haar eigen wetten maar boeiiend Pa.
Met vriendschappen, ruzies, vechten soms maar ook Rock and Roll.

In die milieus kon ik met mijn vrienden voluit praten, maar helaas niet met jou,
ik praatte daar als ‘Brugman’, want daar hield ik van.
De  schoolmeester van de lagere school vermeldde dat in mijn schoolrapport,
dat moet je nog weten Pa, je ondertekende dat rapport met een grijns,
De schoolmeester schreef:
‘een prima rapport jongen maar je babbelt zoveel dat klasgenootjes er last van hebben’.

Nu ik toch zo lekker bezig ben schiet me nog wat te binnen Pa,
Je liet verdomme nooit eens blijken dat je trots op mij was,
daar waren best een paar redenen voor te bedenken in die tijd, ik weet het zeker.
Ja, als ik er niet bij was, dan roemde je soms mijn goede kwaliteiten, zei Ma wel eens.
Daar had ik dan weinig aan, of niet soms?

‘Je moeder had gelijk jongen, ik was soms best trots op je maar kon dat niet zeggen’.
Dat spijt me meer dan ik je zeggen kan, kon ik het maar over doen.
Van mijn kant genoeg gezegd Pa, ik wil niet in wrok omkijken,
we maken een nieuwe start, niet meer in de verwijtende sfeer, oke?
Ik zie bovendien dat je vermoeid raakt, we stoppen, morgen gaan we verder, oke?

Over baruman

belangstelling voor architectuur, stedenbouw, beeldende kunst, verhalen en moderne (pop) muziek
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-12. Bookmark de permalink .

3 reacties op gesprek met mijn vader in de hemel (2)

  1. Theo zegt:

    Waarom heb ik dit niet eerder gelezen?
    En anderen niet.
    Jezzebel heeft wel gelijk.
    Ik lees verder, in 2010.

  2. blogpieper zegt:

    @Jezzebel, bedankt voor je reactie, je advies is waardevol en de haakjes heb ik maar vast verwijderd.

  3. Jezzebel zegt:

    Het is een erg mooie dialoog.
    Ook de verwijten moeten eruit.
    Vragen waarop eigenlijk geen antwoord mogelijk is.
    Mag ik je een advies geven?
    Hou het klein.
    Neem één incident, of situatie, bouw die uit in gesprek met je vader.
    En nog een technische tip; de tekst tussen haakjes hoeft niet en het leidt af.
    Het is alsof je daar een soort veiligheidsmarge inbouwt, daarmee trek je me weer terug de wereklijkheid in, uit het verhaal, dat vind ik zonde.
    Mooie reeks gaat dit worden!
    .

Reacties zijn gesloten.