Zeilen van Poole naar Port Hamble Marina

26 juni 1997, vertrek uit Poole Harbour.
Na ons vrij rustige verblijf in Poole Harbour maakten we de "Hootact" gereed voor de volgende zeiltocht. Schipper Tony besloot, na het bestuderen van het weer en van de waterkaarten van de Engelse zuidkust, om naar Port Hamble Marina te varen.
Zijn zorgvuldige voorbereiding en planning van het komende zeiltraject was goed te begrijpen. De weersomstandigheden waren deze ochtend namelijk buitengewoon slecht.
Er waaide een harde noord-oosten wind met een kracht van 6 a 7. Het regende hard en de temperatuur was voor deze tijd van het jaar zeer laag, rond de 14 graden.

Ben en ik besloten om onze kleding aan die omstandigheden aan te passen. We zouden immers meer op het dek dan in de stuurhut van de "Hootact" aktief zijn. We kozen voor onze beste slechtweer-zeilkleding, compleet met laarzen en met de zuidwester op ons hoofd.
Zo konden we zowel drijfnat worden tijdens ons werk aan dek als onder de gekozen kleding droog blijven. Op deze wijze maakten we het jacht gereed voor het vertrek.
De "Hootact" voer op de motor de haven uit en eenmaal buitengaats gingen de zeilen omhoog. Dat wil onder die omstandigheden zeggen dat we alleen op de Fok nr. 2 voeren. Vanwege de gunstige wind voeren we toch met een acceptabele snelheid van ongeveer 6 a 7 knopen.

Het eerste deel van de zeilroute ging over het English Channel, tussen Bournemouth en de eerder tijdens de tocht genoemde rotsformatie The Needles. Deze liggen aan de monding van The Solent, het gedeelte waar een aantal stromingen en stroomrichtingen bijeenkomen en zorgen voor een erg onrustig vaarwater. Dit gedeelte leverde geen al te grote problemen op en we voeren zonder tegenslagen verder over The Solent, in de richting van Cowes.
Onderweg zagen we voornamelijk vrachtschepen, enkele motor- en zeiljachten, een aantal Ferry’s en, heel bijzonder, de prachtige twee-master klipper die ooit de American Cup won. Tony wees ons op dat schip maar haar naam heb ik helaas vergeten.
Na Cowes verlegden we onze koers in de richting van Southampton Water en vervolgens Hamble. Omstreeks 15 uur bereikten we de monding van de Hamble River, een landinwaarts gaande smalle rivier ten zuiden van Southampton.

Kort daarna meerden we aan in de haven van Port Hamble Marina. Ben en ik zorgden voor het opbergen van de zeilen en maakten het dek en andere delen van het jacht schoon waarna we onze natte kleren uittrokken en verwisselden voor droge. Zoals gebruikelijk namen we op de goede afloop van de tocht een drankje en evalueerden onze zeilervaringen van deze dag.

Hamble, de Royal Airforce Yachting Club.
Tony zocht en vond contact met enige leden van de -plaatselijke- afdeling van zijn RAF (Royal Airforce Yachting Club). Hij was van plan om met hen -en ons- te gaan dineren maar wilde weten of wij er bij mochten zijn. De club had namelijk een exclusieve status, alleen leden (Members Only) mochten gebruik maken van de mogelijkheden van het prachtige plaatselijke clubgebouw. Tony vertelde mij dat het lidmaatschap van deze club hem 600 pound per jaar kostte maar dat bleek voor hem een peuleschil.
De clubleiding ging accoord met Tony’s verzoek, hij bleek tot mijn verrassing een hoge bestuurlijke positie te hebben in die vereniging en hij werd met de nodige eerbied behandeld. We mochten met zijn allen naar binnen en – zeer tot onze tevredenheid – gebruik maken van alle sanitaire voorzieningen in het clubgebouw. Daar maakten we natuurlijk gebruik van.

Zo konden we ons uitgebreid douchen, onze kleding reinigen met behulp van een goede wasmachine en deze laten drogen in een wasdroger. Tony maakte van de gelegenheid gebruik om een min of meer uitgebreid diner te bestellen. Daarbij nodigde hij ook een aantal clubleden van de RAF uit. Uiteraard stelde Tony ook nu weer hoge eisen aan onze kleding tijdens het diner. Ik was blij dat ik enige tochten geleden een keurig overhemd met stropdas had gekocht. Tony ging daarmee, weliswaar mopperend, toch accoord. Mijn kleding bestond die avond dus uit een keurig overhemd met stropdas, mijn sleetse spijkerbroek met hier en daar een vlekje en daaronder mijn oude en al aardig versleten zeilschoenen. Tony merkte misprijzend op dat ik de volgende zeiltocht met hem absoluut een blauwe blazer in mijn koffer moest stoppen.

Opgedoft en al namen we plaats aan de schitterend gedekte tafel. Tony, Ge en Ben zagen er piekfijn uit in hun mooie pakken, ik kon er voor wat betreft mijn outfit, nog net mee door en, het moet gezegd, de gastheren behandelden me met respect. Tony had zich voor niets zorgen gemaakt. De uitgenodigde (bestuurs-) leden van de jachtclub kwamen inmiddels binnen.
Het waren keurige mannen, grijze haren en/of kaal, voornamelijk reeds de 60 gepasserd, gekleed in donkerrode sweaters met daarop hun club-embleem, grijze pantalons en daarop een blauwe blazer, ook weer voorzien van hun club-embleem.
Het werd uiterst gezellig die avond en ik luisterde met enig ontzag naar hun spectaculaire zeilverhalen en gebeurtenissen uit hun RAF-verleden. Tijdens de maaltijd kon Ge haar ogen niet af houden van de chefkok, ze werd, zo vertelde ze mij, helemaal "week" van zijn mooie bruine ogen. Ik kon het mij wel voorstellen, het was inderdaad een knappe vent, een echte ‘ladykiller’ zo in zijn keurig gesneden beroepskleding. Na de maaltijd en het afscheid van onze gasten keerden we voldaan terug naar de "Hootact" en gingen we bijtijds naar onze kooien.
Wordt vervolgd.

Over baruman

belangstelling voor architectuur, stedenbouw, beeldende kunst, verhalen en moderne (pop) muziek
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-09. Bookmark de permalink .