verhalen van vrienden deel 5

Toen ik de menselijke figuur in dat fraaie landschap zag kon ik mijn ergernis nauwelijks onderdrukken. maar na aandachtiger te hebben gekeken begon ik te twijfelen. Was het wel een menselijke figuur of een vogelverschrikker. Een vogelverschrikker, kom nou, dat is zeker niet gebruikelijk in dit jaargetijde. Ondanks mijn aanvankelijke ergernis kon ik een glimlach niet onderdrukken. Dat kwam door die gekleurde wollen puntmuts en met name door de parmantige pluim. En mede daardoor drong opeens de afschuwelijke waarheid tot mij door. Zou het misschien toch, denkend aan ons laatste gesprek, mijn oude vriendin kunnen zijn. Dat is toch boffen dacht ik, want anders had ik misschien nog uren moeten zoeken in deze vrieskou naar de plek die zij mij opgaf. Een geluk bij een ongeluk. Om zekerheid te krijgen klom ik over het hek en liep het weiland in om te kijken of mijn vermoeden juist was. En ja hoor, trots, haast pontificaal stond mijn oude vriendin daar tot aan haar middel in die bevroren sloot. Haar armen gespreid. In haar handen de geleende kunstgebitten, het kleppergeluid was reeds lang opgehouden. Met een haast verheven blik, de ogen zedig gesloten stond zij daar. Het wak om haar middel was reeds dichtgevroren. Dat vond ik jammer, daardoor kon ik haar onderlichaam niet goed bekijken. Het ging mij vooral om die prachtige zwarte laklaarzen die zij speciaal voor dat doel had aangeschaft. Maar ja, je kunt niet alles hebben dacht ik. Ik vroeg mij af of zij nog in leven was. Ik tikte voorzichtig tegen haar voorhoofd. Dat had ik beter achterwege kunnen laten. Met een tinkelend geluid vielen daardoor haar oogleden op het ijs en braken in stukken. Jammer, want het zou voor een arts nog een heel karwei zijn om die voor een ander te hergebruiken. (wordt vervolgd)

Over baruman

belangstelling voor architectuur, stedenbouw, beeldende kunst, verhalen en moderne (pop) muziek
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-01. Bookmark de permalink .